Het belangrijkste moment is vóór het starten
Je hangt de slang terug, kijkt op de bon en schrikt: dit was niet de brandstof die in je auto hoort. Op dat moment maakt één beslissing veel verschil. Start de motor niet en zet ook het contact niet onnodig aan. Bij sommige auto’s kan het brandstofsysteem al actief worden wanneer je het contact inschakelt of de auto ontgrendelt.
Laat de auto staan op een veilige plek en waarschuw de medewerker van het tankstation als je een pomp blokkeert. Bel vervolgens je pechhulp of garage en vertel precies welke brandstof je hebt getankt, ongeveer hoeveel liter en of de motor al heeft gedraaid. Met die informatie kan de hulpdienst bepalen hoe de auto veilig verplaatst en de tank geleegd moet worden.
Benzine in een dieselauto
Dit is een fout waarbij snel handelen extra belangrijk is. Diesel heeft in veel brandstofsystemen ook een smerende functie. Benzine vermindert die smering en kan daardoor schade veroorzaken aan onderdelen zoals de hogedrukpomp en injectoren. Hoe groot het risico is, hangt onder meer af van het voertuig, de hoeveelheid verkeerde brandstof en of er al mee gereden is.
Probeer de fout niet zelf op te lossen door de tank verder met diesel te vullen. Verdunnen maakt de situatie niet automatisch veilig. Een specialist kan beoordelen of aftappen, reinigen en eventueel verdere controle nodig zijn. Een rekening voor berging is vervelend, maar doorrijden kan veel kostbaarder uitpakken.
Diesel in een benzineauto en andere vergissingen
Diesel in een benzineauto komt minder vaak voor, onder andere doordat veel dieselvulpistolen niet in de vulopening van een benzineauto passen. Het kan echter wel gebeuren, bijvoorbeeld met een jerrycan. De motor kan slecht lopen, roken of afslaan. Ook dan geldt: niet starten als je de fout nog op tijd ontdekt.
Niet elke vergissing is hetzelfde. E10 tanken terwijl een oudere auto uitsluitend geschikt is voor een andere benzinespecificatie vraagt om een andere beoordeling dan diesel en benzine verwisselen. Kijk bij twijfel in het instructieboekje of vraag de fabrikant of garage. Ga niet uit van tips die alleen voor een ander automodel gelden.
Hoe voorkom je dat het opnieuw gebeurt?
Lees vóór het tanken het label bij de vulopening én het etiket op het vulpistool. Vooral in een leenauto, huurauto of gezinsauto waarmee je niet dagelijks rijdt, is dat een kleine maar waardevolle controle. De brandstofnamen op de pomp zijn niet altijd identiek aan de benamingen die je gewend bent.
Een station vinden kan met tankstation in de buurt, maar de juiste brandstof kiezen blijft je eigen controle. Neem de tijd, ook als er een rij achter je staat. Bewaar na een vergissing de bon en de documenten van de hulpdienst; die kunnen van belang zijn voor de afhandeling met garage of verzekeraar.
Wat gebeurt er nadat de auto is gestart?
Zodra verkeerde brandstof door leidingen, pomp en injectiesysteem is gegaan, wordt de oplossing ingewikkelder. De garage kijkt dan niet alleen naar de inhoud van de tank, maar ook naar het brandstofcircuit. Soms is leegpompen en doorspoelen voldoende; in andere situaties zijn controle of vervanging van onderdelen nodig. Daarom kan het verschil tussen ‘nog niet gestart’ en ‘al vijf kilometer gereden’ financieel groot zijn.
Merk je de fout pas tijdens het rijden doordat de auto inhoudt, onregelmatig loopt of waarschuwingslampjes toont, zoek dan een veilige plek om te stoppen en schakel hulp in. Probeer niet koste wat kost het volgende tankstation te halen. Verder rijden kan de verkeerde brandstof juist verder door het systeem verspreiden.
Bewaar de bon van de tankbeurt
De kassabon of betaaltransactie kan helpen om vast te stellen wat en hoeveel je hebt getankt. Dat is nuttige informatie voor pechhulp en garage. Noteer daarnaast ongeveer hoeveel brandstof er vóór de tankbeurt nog in de auto zat. Daarmee ontstaat een betere inschatting van de verhouding tussen juiste en verkeerde brandstof.
Extra opletten in een huurauto of leenauto
Ook bij een rit door Zwolle is het handig om vooraf te weten waar je na hulpverlening weer veilig kunt tanken.
Veel vergissingen ontstaan niet in de eigen auto, maar in een voertuig waarmee iemand minder vertrouwd is. Controleer daarom bij een huur- of leenauto vóór de eerste tankbeurt de sticker bij de tankklep en zo nodig de papieren van de auto. Vertrouw niet alleen op de kleur van een vulpistool: kleuren en merkaanduidingen kunnen per land of tankstation verschillen.
Moet je na het oplossen van het probleem opnieuw tanken, zoek dan vooraf een geschikt tankstation in de buurt. Neem bij twijfel over de voorgeschreven brandstof eerst contact op met verhuurder, leasemaatschappij of garage. Eén minuut controleren is aanzienlijk goedkoper dan een tweede vergissing.